Voor niet-houtige biomassa, zoals grassen en maaisels, bestaat geen jaarlijkse inventarisatie van de hoeveelheid die is verhandeld en ingezet voor energie of andere toepassingen. Weliswaar houdt de Branchevereniging Organische Reststoffen (BVOR) jaarlijks een marktonderzoek onder haar leden naar de hoeveelheid groene reststromen die zij hebben ingenomen. Deze data zijn echter weinig specifiek en bovendien incompleet.

Naast afzet bij BVOR bedrijven zijn er immers tal van andere afzet-/toepassingsmogelijkheden voor niet-houtige biomassa. Uit de vele vragen die leven rondom beschikbaarheid & toepassing van niet-houtige biomassa blijkt dat er behoefte is aan betere, actuele data over niet-houtige biomassa. Bijvoorbeeld als input voor beleid en de publieke discussie over de inzet en beschikbaarheid van biomassa. Betere data zijn daarnaast nodig om te komen tot business cases voor hoogwaardigere verwerking (en daarmee samenhangende CO2-winst) van deze categorie biomassa. In dit project ontwikkelen Probos en de BVOR gezamenlijk een systematiek voor een jaarlijkse inventarisatie van de niet-houtige biomassastromen. Daarbij wordt de samenwerking gezocht met de belangrijkste spelers, zoals BVOR-Leden, Rijkswaterstaat, groenaannemers en terreinbeheerders. Het testen van de systematiek in de praktijk is onderdeel van het project.

Informatie

uitvoerder(s): Sander Teeuwen en Jan Oldenburger (projectleider)
opdrachtgever(s): Branchevereniging Organische Reststoffen
periode van uitvoering: 2020

Tags

label